Conform de wetgeving bescherming van persoonsgegevens bieden wij jou ons Privacy & Cookie beleid aan. Dit beleid geldt voor alle services die wij als bedrijf verlenen.

Ik accepteer de privacyvoorwaarden

Win-Win

10 februari 2019
Win-Win

Ze hadden het al meerdere malen op haal werk gezegd: wie is Sanne? We kennen je niet écht… Laat jezelf eens meer zien!

Ze kon hier niets mee. Ze wás toch zichzelf? Ze líet zichzelf toch zien?

Sanne werkte al enkele jaren in een instelling voor jongeren met afwijkend gedrag. Vanuit de deeltijd-hbo opleiding kreeg ze in het derde jaar een supervisietraject van 12 sessies met twee mede-studenten met mij als supervisor. 

Na de gebruikelijke opstartfase van enkele sessies in de supervisie -in die eerste sessies leer je elkaar eerst beter kennen en brengen supervisanten* meestal de wat veiliger werksituaties in- stuurde ze me een werkinbreng met bovenstaande opmerkingen van haar werkbegeleider. 

Het verbaasde me niet echt, deze opmerkingen. Ook in de supervisie kende ik haar nog niet echt. Ze conformeerde zich eigenlijk erg aan de wat sterkere persoonlijkheid van het supervisiegroepje en hield zich wat op de achtergrond. De houding die ze leek aan te nemen was: sla mij maar over, vraag mij maar niets, ik wil de plank niet misslaan. Een beetje onzichtbaar dus. 

In de sessie die volgde vertelde ze dat ze moeite had haar emoties te tonen. Bij doorvragen werd ze emotioneel en vertelde ze dat ze vroeger als kind erg gepest werd. Daardoor had ze het afweermechanisme ontwikkeld zichzelf zo onzichtbaar mogelijk te maken. Ik liet haar inzien dat ze dat toen nodig had om zichzelf tegen het pesten te beschermen. Ze was toen immers niet in staat voor zichzelf op te komen. Maar inmiddels was ze een ‘grote meid’ geworden die de bescherming van het onzichtbaar-zijn niet langer nodig had. Sterker nog het werkte nu tegen haar. Ze zei letterlijk: als ik kwetsbaar ben, kunnen ze me erop pakken… 

Het ráákte me. Het deed me ook denken aan mezelf. Ik hoorde als het ware een stukje van mijn eigen verhaal uit haar mond. En ook was er iemand (een leersupervisor*) die mij inzicht verschafte over mijn afweermechanismen. Het was een eyeopener voor me te ontdekken dat iets wat je vroeger nodig had om jezelf te beschermen, juist nu het tegenovergestelde doet: het houdt mensen op een afstand. 

Mijn leersupervisor zei dat als je het muurtje van je afweer wilt afbreken, je precies het tegenovergestelde kunt doen dan je afweermechanisme. Dus: je wilt nog steeds onzichtbaar zijn? Hoppa, in de schijnwerpers met jou. Je wilt niets zeggen? Hoppa, je zégt juist wel wat. En het werkt. 

Natuurlijk moet je oppassen om datgene wat voor jezelf werkt te verkondigen als ‘het werkt voor jou vast ook zo’. Juist daarin moet je als supervisor terughoudend zijn. Echter mijn eigen ervaringen inzetten in de trant van: ‘hey, ik heb hier ook mee gezeten en dit werkte voor mij’, komt authentiek over. Mijn ervaring is dat datgene wat je overbrengt vanuit een een sterke eigen ervaring (zonder absoluutheid) kan werken voor een ander. En daarnaast zei een supervisor me eens: wat belangrijk is, onthou je wel. Wat je niet onthoudt is dus blijkbaar niet belangrijk voor jou in de fase waarin jij zit.

Vanuit die zorgvuldigheid zet ik dit zo nu en dan in. Dat heet dan: jezelf als instrument inzetten. 

Voor Sanne werkte het. In de reflecties die daarop volgden en in haar eindevaluatie kwam dit duidelijk naar voren. Ze had het, net als ik, ervaren als belangrijke eyeopener wat heel veel veranderd had. Ze werd opener op haar werk en was niet meer zo bang gekwetst te worden; ze kon immers voor zichzelf opkomen als ze gekwetst zou worden. Win-win.

*Supervisanten zijn diegenen die deelnemen aan de supervisie.

*Een leersupervisor geeft supervisoren supervisie over de supervisies die de supervisor geeft.